Wat leren we over empathie, effectiviteit en echtheid?
door Mira Huypens – Psychotherapeut en loopbaancoch, en oprichter van FulFil
De vraag of artificiële intelligentie ooit de rol van therapeut kan overnemen, klinkt als sciencefiction. Maar een recent onderzoek gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNEN (2025) daagt ons uit om die vraag serieuzer te nemen dan ooit. In het artikel “When ELIZA meets therapists: A Turing test for the heart and mind” werd onderzocht hoe goed mensen het verschil kunnen maken tussen antwoorden van een AI (zoals ChatGPT) en die van echte therapeuten. Het resultaat is tegelijk verrassend en ongemakkelijk – zelfs voor wie elke dag in de praktijk werkt, zoals ik.
De opzet: AI versus mens
De onderzoekers legden 830 deelnemers hypothetische hulpvragen voor en lieten hen raden of het antwoord afkomstig was van een echte hulpverlener of van een AI. Het ging hier niet om willekeurige chatbots, maar om sterk uitgewerkte AI-modellen die getraind waren op therapeutische gespreksvoering. Slechts 56,1% van de antwoorden van menselijke therapeuten werd correct herkend als “menselijk”. Bij de AI was dat 51,2%. Met andere woorden: het verschil was miniem.
Empathie: AI scoort hoger
Wat de onderzoekers nog meer verbaasde: op het vlak van empathie – een van de meest cruciale pijlers van elke therapeutische relatie – scoorde de AI hoger dan de menselijke hulpverlener. De reacties van de AI werden als empathischer ervaren. Dat is een provocerend inzicht, en het dwingt ons tot zelfreflectie.
Als oprichter van FulFil – waar we elke dag werken aan echte verbinding, met hoofd én hart – doet dit mij wel even stilstaan. Want het suggereert dat zelfs het menselijke, warme aspect van therapie geautomatiseerd kan worden.
Maar… AI faalt op therapeutische principes
Gelukkig – of althans voorlopig – is er ook een belangrijke maar. Wanneer gekeken werd naar de aanwezigheid van therapeutische principes zoals consistentie, techniek, en de correcte toepassing van methodologische richtlijnen, scoorden menselijke therapeuten aanzienlijk beter. De AI leek dus ‘mooie’ en empathische antwoorden te genereren, maar kon de diepere onderbouw die nodig is voor effectieve therapie niet evenaren.
Wat zegt dit over de toekomst van therapie?
Voor mij is de conclusie helder: AI is geen therapeut. Nog niet. Maar AI kan ons als als hulpverleners wel uitdagen. Het houdt ons een spiegel voor:
- Zijn we voldoende empathisch, ook als we onder tijdsdruk werken of zelf door een moeilijke periode gaan?
- Staan we open voor feedback over onze manier van reageren?
- Komen we niet té snel met oplossingen aan?
- Worden we zelf niet gedreven door ‘het gevoel iets ‘te moeten doen’, ‘te moeten betekenen’ voor onze client, waardoor we eigenlijk meer bezig zijn met onszelf dan met die client. Een valkuil die ik zo vaak tegenkom als we coaches en therapeuten opleiden. En … waar ik mezelf ook nog regelmatig op betrap.
- Hoe kunnen we technologie inzetten als aanvulling, zonder onze essentie te verliezen?
Ik geloof zelf echt wel dat AI een ondersteunende rol kan bieden. Op momenten dat mensen nog niet de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben, zoals door de lange wachtlijsten. Of voor mensen met een erg beperkte sociale kring. We denken daarbij vaak aan ouderen, We denken daarbij vaak aan ouderen, maar ook jongere mensen kunnen zich geïsoleerd voelen, zelfs al hebben ze ogenschijnlijk voldoende mensen rondom zich.
Want laat ons wel wezen: mensen hebben het vandaag ook moeilijker, omdat de sociale verbinding die er vroeger meer was, voor een stuk is weggevallen. In een individualistische maatschappij is er vaak geen ruimte meer om met elkaar te praten over de moeilijkere dingen. En laat dat ook een gevolg zijn van sociale media – dus van technologie. We laten elkaar vooral onze beste kanten zien. Daardoor denken we: ik zal maar niet gaan aankloppen voor hulp, want blijkbaar ben ik precies de enige die het moeilijk heeft.
Technologie als bondgenoot, niet als vervanger
Bij FulFil geloven we dat echte verandering begint bij menselijke aanwezigheid. Maar we zijn ook niet blind voor de kracht van technologische ondersteuning.
Wij maken zelf ook gebruik van AI. Zo hebben we een AI-module geïntegreerd in onze methodiek Gedragsdynamiek, waarmee we op basis van gedragsvoorkeuren inzicht geven in vragen als: Wie ben ik? Waar sta ik voor? Wat heb ik nodig om te floreren? Vanuit dat inzicht geven we advies over zingeving, oriëntatie, loopbaan- en studiekeuzes. Dat doen we via een combinatie van self-assessment, peerbevraging én vooral: een verdiepende reflectieve dialoog. Het is maatwerk. En AI helpt ons in de eindfase om onze adviezen en verslaggeving nog vollediger te maken.
Ook bij stressbegeleiding zetten we technologie in – denk aan biofeedback, bijvoorbeeld.
Tot slot
AI hoeft geen bedreiging te zijn. Het kan juist een kans zijn voor groei – mits goed ingebed, zorgvuldig ingezet en altijd met respect voor de relatie tussen mens en mens.
