lichaamsgericht werken

De gespleten ik

Hoe beweging in de ruimte perspectief biedt na een burn-out

Het herkenbare vraagstuk

Na een burn-out duikt vaak dezelfde vraag op: wat nu?

Terugkeren naar het oude werk voelt onhaalbaar of ongewenst. Maar het nieuwe pad is nog niet zichtbaar. Er ontstaat een dubbel gevoel, iets ambigus. Want juist datgene waarvan men weet: daar ben ik ziek van geworden, daar wil ik niet terug, oefent toch een vreemde aantrekkingskracht uit. Het is bekend terrein. En wat bekend is, voelt ondanks alles als een soort veiligheid. Dat kan erg verwarrend zijn: ik weet dat ik het niet meer wil, en toch…

Mensen ervaren zichzelf in zulke situaties vaak als ‘gespleten’. Om te overleven in dat oude stuk hebben ze een deel van zichzelf ontwikkeld dat hen lange tijd gediend heeft. Het bracht hen ver, gaf kracht en bescherming. Maar het was ook een harde kant die hen heeft voortgestuwd tot voorbij hun eigen grenzen. Na het uitvallen ontdekken ze vaak opnieuw een andere kant van zichzelf: zachter, kwetsbaarder, dichter bij wie ze werkelijk zijn, maar ook nog onzeker en fragiel. De vraag die zich stelt en die vaak niet meteen een anwtoord vindt: hoe kunnen die twee kanten ooit samengaan?

Het innerlijke conflict zichtbaar maken

Een coachee beschreef dit innerlijke conflict heel scherp. Jarenlang werkte ze in managementfuncties, in een harde wereld vol verantwoordelijkheid. Daar moest ze zich voortdurend sterker voordoen dan ze zich voelde. Ze noemde dat deel van zichzelf haar carrière bitch: een rol die haar zekerheid en materieel succes bracht, maar haar ook uitputte en ziek maakte.

In een van onze sessies kreeg dit conflict letterlijk een plek. We maakten de posities zichtbaar en voelbaar in de ruimte van de praktijk. Ze koos drie posities:

  • Rood: de carrière bitch, de harde kant die grenzen stelde maar ook veel kostte.
  • Blauw: de zachte ik , zoekend, kwetsbaar, onzeker, maar dichter bij wie ze werkelijk is.
  • Neutraal: een middenpositie van waaruit ze beide kanten kon bekijken.

Toen ze in het rode stuk ging staan, nam haar lichaam direct de houding aan van iemand die zich op haar tenen uitstrekt, armen omhoog, net boven water. Uitputtend, gespannen, instabiel. Het beeld maakte tastbaar hoe haar vroegere werk voelde: voortdurend presteren, nooit rust, altijd alert.

In het blauwe stuk stond ze steviger, maar ervoer ze vooral angst. Angst dat zachtheid zou leiden tot falen. Angst dat er geen zekerheid zou volgen. En toch voelde ze dat dit haar intrinsieke ik was: creatief, verbonden, levend, met ruimte om te voelen en te doen, niet alleen te denken.

Vanuit de neutrale positie kon ze zien dat beide kanten waardevol waren:

  • De carrière bitch gaf bescherming, financiële zekerheid en het vermogen om grenzen te stellen.
  • De zachte ik bracht verbinding, zachtheid en authenticiteit.

Maar de integratie werd gesaboteerd door angst. Angst voor terugval in uitputting en angst voor de onzekerheid van het onbekende.

Het krachtveld van beweging

Precies hier toont Beweging in de Ruimte zijn kracht. Door letterlijk te gaan staan in verschillende posities, worden innerlijke delen niet alleen mentaal, maar ook fysiek ervaren. Het lichaam laat voelen: gespannen, uitgeput, stevig, richtingloos. Dat geeft vaak meer inzicht dan woorden ooit kunnen.

Een nieuw perspectief in een metafoor

Tijdens het gesprek ontstond een beeld dat haar hielp: de horizon.

  • Vanuit het rode stuk was de horizon concreet, maar uitputtend. Ze zag helder waar dit pad naartoe leidde, en wist: dit wil ik niet. De weerstand was sterk, bijna tastbaar.
  • Vanuit het blauwe stuk was de horizon vaag. Geen concrete beelden, meer een sfeer. Maar juist dit onbekende voelde uitnodigend en meer verbonden met wie ze echt is.

Vanuit de horizon kwam er gevoelstaal: trekken en duwen, van buitenaf en van binnenuit. We formuleerden het zo: de ene horizon is een vaste bestemming die trekt, maar die ik niet wil. De andere is een stuwende kracht van binnenuit, die me vooruitduwt, maar waarvan ik nog niet weet waarheen. Dat is spannend, brengt tegelijk rust, maar ook angst.

Dat pad vraagt om moed. Het is onzeker, spannend, en het vraagt geduld en vertrouwen in organische groei. Het is geen rechte lijn, maar een proces van proberen, bijsturen, opnieuw beginnen.

Naar integratie

Herstel na een burn-out gaat niet om de keuze tussen hard of zacht. Het gaat om integratie: beide kanten erkennen, hun waarde zien, en ze opnieuw leren inzetten.

  • Het harde stuk hoeft niet weg. Het mag bescherming bieden en grenzen stellen.
  • Het zachte stuk verdient ruimte en oefening, zodat het vertrouwen kan groeien zonder te verdrinken in angst.
  • De angst voor het onbekende mag er ook zijn en een plek krijgen.
  • Het neutrale stuk kan dienen als transitieplek, waar een nieuw perspectief zich kan ontvouwen.

Na een burn-out is de toekomst vaak onduidelijk. Dat is geen falen, maar een teken van wedergeboorte. Het gaat om durven zoeken, balanceren, proberen, en toelaten dat de horizon zich gaandeweg toont.

Deze coachee is nu een nieuw pad aan het verkennen, in een heel andere omgeving dan ze gewend was, als vrijwilliger. Ook dat is een waardevolle mogelijkheid bij re-integratie.

Het belang van tempo

Doorheen dit hele proces speelt tempo een cruciale rol. Het zenuwstelsel heeft tijd nodig om zich veilig te voelen en te kunnen schakelen. Dat geldt voor de harde rode kant die snel uitgeput raakt, voor de zachte blauwe kant die nog onzeker is, en ook voor het neutrale midden waar integratie mogelijk wordt.

Te snel vooruitgaan kan angst oproepen en blokkeren. Te lang blijven hangen kan leiden tot stilstand en frustratie. Het is de kunst van pacing: het juiste ritme vinden, afgestemd op wat het lichaam aangeeft.

Dat zie je terug in de metafoor van de horizon: de ene kant trekt krachtig maar maakt ziek, de andere duwt van binnenuit maar is nog onduidelijk. Alleen in een afgestemd tempo kan die stuwende kracht werkelijk richting krijgen.

En ook in de integratie is tempo bepalend. Het harde stuk hoeft niet bruut afgekapt, het zachte stuk hoeft niet overhaast groot gemaakt. Stap voor stap leren ze naast elkaar bestaan, in een ritme dat veiligheid brengt.

Precies dit principe van pacing vormt een rode draad in de opleiding Lichaamsgericht en traumasensitief coachen. Want of je nu met stress, burn-out of trauma werkt: échte duurzame verandering ontstaat pas wanneer hoofd en lichaam op één lijn komen, in een tempo dat klopt.

Van ervaring naar opleiding

Het proces dat ik hier beschrijf, raakt rechtstreeks aan wat we in de opleiding Lichaamsgericht en traumasensitief coachen aanbieden. Want veel coaches merken dat alleen praten niet genoeg is. Het brein wil wel vooruit, maar het lichaam blijft hangen in stress, spanning of oude patronen. Juist daarom werken we in de opleiding voorbij het hoofd, rechtstreeks met het zenuwstelsel.

Je leert hoe beweging, waarneming en regulatie-oefeningen cliënten helpen hun interne gespletenheid te ervaren en stap voor stap te integreren. Zo breng je veiligheid, veerkracht en herstel terug in coaching.

Nieuw in de opzet van 2025: er is meer tijd tussen de derde en de twee laatste opleidingsdagen, met een extra intervisiemoment tussendoor. Dat geeft ruimte om technieken uit te proberen, te laten bezinken en terug te koppelen.

Wil je je verdiepen in hoe lichaam en geest samen werken, en hoe je als coach cliënten begeleidt bij duurzame verandering? Dan vind je in deze opleiding niet alleen kennis en een neurobiologisch kader, maar ook meer dan 50 praktische oefeningen waar je mee aan de slag kan om meteen tijdens intervisies of in leergroepjes te oefenen.

Meer lezen over de opleiding: https://fulfil.be/polyvagaalbewust-coachen/

Tags: No tags

Comments are closed.