Gisteren keek ik naar Pano, naar de reportage ‘Je vous derange’, waarin werklozen werden gevolgd. Het was een aflevering die bedoeld was om inzicht te geven maar vooral veel beroering veroorzaakt. Journalist Christophe Deborsu ligt intussen zelf onder vuur omdat hem verweten wordt dat hij met framing werkt en vooral de kleine groep mensen toont die bewust niet meer wil werken.
Wat mij vooral bijbleef, was niet zozeer de inhoud van de reportage, maar de manier waarop dit past in een bredere beweging die ik steeds vaker zie. Een reflex waarbij het gedrag van enkelen uitvergroot wordt en vervolgens gebruikt wordt om een hele groep argwanend te benaderen, alsof misbruik het uitgangspunt bij uitstek moet zijn en goede intenties de uitzondering. En dat principe zie ik doorsijpelen in beleid.
We zagen het bij de loopbaancheques en nu opnieuw bij het Vlaams opleidingsverlof, waar misbruik van een beperkt aantal spelers leidt tot maatregelen die complete sectoren raken. In plaats van de kwaliteitssystemen bij te sturen en gericht in te grijpen waar het fout loopt, worden volledige regelingen teruggeschroefd of opgeschort, alsof alles wat ooit mis kan lopen maar beter ineens afgeschaft wordt. Het is in mijn ogen een makkelijke ‘onder het mom van’-actie die alle transparantie schuwt.
In mijn werk binnen de Terug Naar Werk-trajecten van het Riziv zie ik nochtans een heel ander beeld, veel dichter bij de realiteit dan het beeld dat dit soort reportages oproept. Ik zie mensen die al lange tijd ziek thuis zijn en die, ondanks hun zorgen en onzekerheden, opnieuw stappen willen zetten richting werk. Mensen die niet tegengehouden worden door onwil maar door leeftijd, gezondheidsbeperkingen, gebrek aan perspectief of simpelweg de vraag wat haalbaar is. Ze hebben geen bruuske duw nodig, geen argwanende blik, maar richting, vertrouwen en ondersteuning.
Er heerst zoveel achterdocht zodra werkloosheid ter sprake komt, ook bij het solliciteren. Alsof wie een langere periode uit is geweest, automatisch niet meer echt wil werken. Dat is dus niet het beeld dat ik dagelijks zie, en het is ook niet wat deze mensen verdienen.
Dat wit-zwart patroon zie ik ook terug in de organisaties die wij vandaag begeleiden. Het gebeurt vaker dan we denken dat een of twee mensen misbruik maken van bepaalde vrijheden, en dat de reactie vervolgens is om het hele team strakker te controleren, regels aan te scherpen of vertrouwen in te ruilen voor procedures. De sfeer kantelt dan bijna onmiddellijk. De tevredenheid zakt. Mensen voelen zich gestraft voor iets waar ze niets mee te maken hebben. En het kost achteraf veel tijd en zorg om dat vertrouwen weer op te bouwen.
Tijdens een sessie over diversiteit deze week zei ik nog dat polarisatie vaak begint wanneer we groepen als een geheel beginnen te zien, zonder differentiatie, waarbij we extreme voorbeelden als de norm gaan beschouwen. Vaak zelfs zonder nog maar een poging tot dialoog te ondernemen. En als er al een dialoog ontstaat is het vaak vanuit de ander te overtuigen ipv elkaar te willen begrijpen. Het is precies die verschuiving die ik ook hier zie: de uitzondering krijgt het volle podium, wordt de norm. De meerderheid verdwijnt in de schaduw, krijgt geeneens een stem. Het gesprek verschuift van nuance naar wantrouwen zonder dat we het goed beseffen.
Misschien is het naïef om te blijven pleiten voor meer nuance en een ander soort gesprek, zeker in een tijd waarin verontwaardiging sneller gehoord wordt dan nuance. Maar toch geloof ik dat het nodig blijft. Want als niemand het nog zegt, dan blijft het verhaal bepaald worden door de uitzonderingen en niet door de vele mensen die elke dag proberen om hun weg te vinden, in werk, in herstel, in samenwerking. En ja, misschien maakt dat mij een naïeve idealist, maar dat neem ik er dan graag bij.
