ruimte-innemen-psychologische-veiligheid

Wanneer ruimte innemen voelt als een risico

In mijn praktijk kwam ik deze week een thema tegen dat velen zullen herkennen: ruimte innemen. Een stem durven hebben. Je visie uiten, ook als niet alles al vaststaat.

Wat mij raakte, is dat het niet ging om iemand die geen impact kon maken. Integendeel, welbespraaktheid, overtuigingskracht en heldere argumentatie waren volop aanwezig. Maar er zat een filter op. Er werd pas gesproken wanneer er een expliciet mandaat gegeven werd, wanneer men zich erkend voelde als expert, wanneer de ervaring voldoende groot leek tegenover die van collega’s, of wanneer het juiste diploma op tafel lag.

De gemiste kans
Toen ik vroeg: “Voor wie wil je eigenlijk spreken?” kwam er direct en overtuigd een antwoord: voor de cliënten natuurlijk. Voor het beste van de organisatie.

En precies daarin ligt het volste recht om te spreken. Want wie spreekt met de intentie om cliënten beter te helpen of de organisatie sterker te maken, verrijkt altijd. Het gaat niet over persoonlijke profilering, maar over bijdragen aan iets groters.

Wat een gemiste kans dus, wanneer die stem toch wordt ingeslikt. Voor de cliënt die baat heeft bij elk extra inzicht. Voor de organisatie die kansen mist om te leren. En voor de persoon zelf, die zijn of haar bijdrage niet tot volle kracht kan brengen.

Wat speelt er individueel?
In zulke situaties zie je hoe sterk overtuigingen ons kunnen sturen.
“Ik mag geen ruimte innemen tenzij ik expliciet mandaat krijg.”
“Ik moet alle expertise hebben en erkend worden door mijn peers.”
“Ik moet het juiste diploma hebben.”

Dat is geen gebrek aan vaardigheid. Het is een filter die gedragsvoorkeuren onderdrukt. In ons gedragsdynamisch model herkennen we dat onder meer bij:

  • Zelfbewust handelen (mentale kracht): vertrouwen op je eigen stem staat onder druk.
  • Visie uitdragen (creatiekracht) – welbespraakt communiceren (dynamische kracht): ideeën en overtuigingen zijn er, de wetenschap om dit helder over te brengen is er, maar ze blijven binnen.
  • Praten en handelen met impact (dynamische kracht): de natuurlijke kracht om effect te hebben op anderen wordt klein gehouden door geïnternaliseerde onzekerheden.

Die filter lijkt sterk op het imposter-syndroom: de overtuiging dat je pas recht hebt van spreken als je 200% bewijs hebt geleverd. Soms hangt dit samen met faalangst, maar de kern hier is vooral: “ik ben nog niet genoeg.”

Wat speelt er organisatorisch?
Tegelijk is dit geen louter individueel probleem. Wanneer psychologische veiligheid ontbreekt, voelt ruimte innemen als een risico. Dan durven medewerkers hun stem pas laten horen als ze 100% zeker zijn van hun gelijk. Of als ze zeker zijn dat ze voldoende bijval zullen krijgen.

Voor organisaties is dat een gemiste kans. Psychologische veiligheid is de voedingsbodem waarin gedragsvoorkeuren tot bloei komen. En precies hier speelt leiderschap een doorslaggevende rol. Leidinggevenden bepalen in hoge mate of ruimte innemen wordt aangemoedigd of ontmoedigd. Hoe ze reageren op nieuwe ideeën, hoe ze omgaan met fouten, hoe ze erkenning geven aan inspanningen: het zijn signalen die medewerkers lezen als veilig of onveilig.

Daarom vraagt dit om structurele aandacht, zoals:

  • een cultuur waarin elke visie welkom is, ook al is ze nog niet af
  • leidinggevenden die ruimte maken voor onzekerheid en vragen
  • waardering geven, niet enkel voor de inhoud maar ook voor het feit dat iemand spreekt
  • welzijnsbeleid dat ruimte innemen niet alleen toelaat, maar actief stimuleert

De brug
Daarom is werken op twee fronten tegelijk zo krachtig.
Individueel: zicht krijgen op gedragsdynamieken, gedragsvoorkeuren versterken en filters doorbreken.
Organisatorisch: de bouwstenen leggen voor psychologische veiligheid, zodat stemmen niet worden ingeslikt maar gehoord.

Individuele weerbaarheid versterken én tegelijk de potgrond scheppen waarin mensen kunnen groeien. Dat is waar ons welzijnsbeleid voor staat.

Want elke intentie die gericht is op cliënten of organisatie, verdient gehoord te worden.

psychologischeveiligheid #ruimteinnemen #gedragsdynamiek #leiderschap #welzijnophetwerk

Kaat voelde zich buitengesorteerd

Kaat voelde zich buitengesorteerd

Kaat is een expert. Ze werkt al 27 jaar in hetzelfde bedrijf, wordt gewaardeerd om haar precisie, toewijding en opgebouwde expertise. Maar dan volgt er een herstructurering. Haar job blijft, haar functie verdwijnt. Haar werk wordt uitbesteed.

Het voorstel dat ze krijgt:
➡️ help mee de fouten op te lossen die de outsourcers onvermijdelijk zullen maken
➡️ leid collega’s op om jouw taken over te nemen

En wat Kaat daarbij vooral te horen krijgt:

“Je mag blij zijn dat je nog een job hebt. In deze turbulente tijden is dat toch al veel. Natuurlijk moet je wel flexibel zijn. Functiezekerheid? Die biedt niemand nog.”

Maar wat Kaat voelt, is iets anders:
❌ Alles wat ik heb opgebouwd, wordt overboord gegooid
❌ Ik krijg geen keuze
❌ Ik word niet gehoord

Ze houdt van haar vak. Van de kwaliteit die ze levert. Van het verschil dat ze maakt.
En nu wordt ze gevraagd om zélf haar job af te bouwen. Alsof haar jarenlange inzet eindigt in een stille exit.

Kaat wordt ziek. Ze trekt het niet meer. Intussen zit ze al weken thuis.
Niet omdat ze niet meer wil werken — maar omdat ze het niet meer kan.
Het vertrouwen in het bedrijf is weg. En daarmee ook een stuk vertrouwen in zichzelf.
“Hoe is dit mij kunnen overkomen?”

Kaat rouwt. Over het verlies van werk dat betekenis gaf.
Over de plek waar ze dacht een verschil te maken.
Over wie ze was — en niet meer mag zijn.


Wat had het bedrijf anders kunnen doen?

Goed changemanagement is méér dan een schema of structuurwijziging.
Het gaat over mensen. Over erkenning. Over vertrouwen. Over keuzevrijheid.

In Kaats situatie hadden vijf eenvoudige, menselijke stappen een wereld van verschil kunnen maken:

1. Betrek mensen vroeg en authentiek
👉 Had men Kaat in de voorbereidende fase betrokken, dan kon haar expertise helpen bij kwaliteit en overdracht.

2. Erken het verlies – en benoem het
👉 Niet: “Je mag blij zijn dat je nog een job hebt.”
Maar: “We zien wat jij hebt opgebouwd. En dat is waardevol.”

3. Maak keuzes bespreekbaar, niet dwingend
👉 Wat als Kaat had mogen kiezen: wil je meewerken aan deze overgang, of zoek je liever intern een andere rol?

4. Bied perspectief, geen opdrachten
👉 Mensen bewegen mee als ze voelen dat hun bijdrage zinvol is. Niet omdat het ‘moet’, maar omdat ze ertoe doen.

5. Zie de mens achter de functie
👉 Kaat deed haar werk niet — ze was haar werk.
Dat vraagt meer dan een functiewijziging. Dat vraagt identiteitserkenning.


Wat als je mensen níet wil verliezen?

Verandering is onvermijdelijk. Maar hoe je met mensen omgaat in die verandering, maakt het verschil tussen verlies en groei.

Kaat had kunnen blijven.
Als expert.
Als mentor.
Als kwaliteitsambassadeur.

Maar niemand vroeg naar haar visie.
En dus neemt ze iets onbetaalbaars mee:
Ervaring. Toewijding. En een diep geloof in kwaliteit.

🔁 Changemanagement is geen Excelplan. Het is een menselijke opdracht.


🧭 Wil je leren hoe je dat goed aanpakt?
👉 In Get A Grip – Hoe je je loopbaan zelf in handen neemt in vier stappen vind je ook tal van tips voor leidinggevenden en CEO’s.

Want mensen aan boord houden is geen trucje.
Het is een gedeelde visie. Eentje waar we samen onze schouders onder mogen zetten.

📖 Ontdek het boek hier:
https://www.lannoocampus.be/nl/get-grip

#changemanagement #herstructurering #menselijkekant #loopbaan #erkenning #leiderschap #organisatieontwikkeling #getagrip #psychologischveiligwerken

Jouw alineatekst (1)

Wanneer controle ‘controle’ ontmoet

En hoe werkconflicten ook verbinding kunnen brengen

Soms botsen we met collega’s die, verrassend genoeg, eigenlijk heel hard op ons lijken. Dat klinkt misschien vreemd, maar net die gelijkenissen kunnen spanningen veroorzaken. Het verhaal van Kaat laat dit mooi zien.

Kaat werkt graag zelfstandig en vindt het belangrijk dat er vertrouwen is in haar werk. Wanneer een collega haar gedetailleerde instructies geeft, voelt ze zich:

  • gekwetst, alsof ze niet vertrouwd wordt,
  • alsof haar competentie in twijfel wordt getrokken,
  • gefrustreerd: “Doe het dan gewoon zelf!”

Ik vind het echt storend dat ze mij werk doorgeeft en daarbij dan ook nog precies vertelt ,en zelfs op mail zet, hoe ze wil dat ik het doe, en hoe het eruit moet zien. Echt zo vervelend!

Als ik dan vraag aan Kaat hoe zij zelf in haar werk staat als ze samen met anderen iets uitwerkt, zegt ze:

  • Ik wil graag controle houden, heb misschien wel hoge verwachtingen van anderen, maar ook van mezelf.
  • Ik vind het moeilijk om los te laten en check daarom vaak iets dubbel, ook het werk van collega’s, dan ben ik zeker dat het allemaal correct is.
  • Ik wil vooral zeker zijn dat alles goed gebeurt en maak mij wel vlug zorgen over de kwaliteit. Ik vind dat toch belangrijk voor het bedrijf. En als ik het proces niet zelf in de hand houd, tja, dan weet je het niet hé. Het is niet dat ik mijn collega’s niet vertrouw … het is eerder dat ik onzeker ben.

Dan zwijgt ze opeens … kijkt me verschrikt aan: Oei, wat als mijn collega eigenlijk net is zoals ik? Misschien is ze gewoon onzeker en wil ze daarom gewoon wat meer controle houden?

Inderdaad. Misschien bedoelt haar collega het niet slecht. Misschien komt die gedetailleerde aanpak voort uit:

  • een eigen drang naar controle en orde,
  • bezorgdheid om de kwaliteit van het werk,
  • een persoonlijke standaard die ook heel hoog ligt.

Door het zo te bekijken verandert het hele plaatje. Wat eerst voelde als bemoeienis, ziet Kaat nu als zorgvuldigheid. Niet als kritiek, maar als een andere manier om met verantwoordelijkheid om te gaan.

Zo ontstaat er ruimte voor gesprek. Misschien ontdekken ze dat ze allebei streven naar kwaliteit, betrouwbaarheid en controle.
Misschien staan ze niet tegenover elkaar, maar spiegelen ze elkaar.

Dit soort inzichten helpt om spanningen op het werk te verzachten. Als we de overeenkomsten achter het conflict kunnen zien, ontstaat er ruimte voor wederzijds begrip – en zelfs verbinding.

Deze soort spanningen komen vaak naar boven tijdens onze reflectieve dialogen met onze cliënten als we hun gedragsdynamieken in kaart brengen.

Ken jij jouw gedragsvoorkeuren en gedragsdynamieken al? Dan heb je vast ook al inzichten gekregen zoals Kaat en openingen gevonden om in gesprek te gaan in plaats van te blijven zitten in een toxische dynamiek. Ken je ze nog niet? Geef onze FulFillers een seintje, zij gaan graag met je de reflectieve dialoog aan.

Zelf aan de slag met de Gedragsdynamiek? Dat leer in je onze opleiding: Coachen met gedragsvoorkeuren

Wist je dat wij erkend zijn om de beroepsgekwalificeerde opleiding aan te bieden voor loopbaancoaches? Ook daarin leer je te werken met deze methodiek.

 

DSC05145

Persoonlijkheid: Een Dans tussen Stabiliteit en Verandering

Ik krijg vaak de vraag tijdens het bespreken van de Gedragsdynamiek – dat is methodiek waar wij mee werken om personen te helpen ontdekken wie ze nu echt zijn – is persoonlijkheid aangeboren, is het stabiel, ben ik gewoon wie ik ben en kan daar dan wel of net niets meer aan veranderen?

Ik hou niet zo van dat vaststaande gegeven. Ik geloof dat elk mens kan groeien. Toch zijn er een aantal zaken waar we rekening mee moeten houden. 

Maar, het is best een complex verhaal! Ik probeer het hieronder verstaanbaar uit te leggen. In het filmpje leg ik het nog eenvoudige uit aan de hand van een metafoor.

Vroege Stabiliteit

Onderzoek toont aan dat persoonlijkheidstrekken al vroeg in het leven zichtbaar zijn. Vanaf de kindertijd zien we stabiele verschillen in bijvoorbeeld activiteitsniveau, sociaal gedrag en emotionele reacties. Deze vroege kenmerken zijn vaak voorspellend voor latere persoonlijkheid, met een erfelijkheid van 30-50%.

Erfelijkheid versus Stabiliteit: Een Genuanceerd Beeld

Deze twee concepten worden vaak door elkaar gehaald, maar zijn verschillend:

Erfelijkheid (30-50%)

      • Meet alleen het directe genetische aandeel

      • Zegt iets over verschillen tussen mensen

      • Is een statistisch concept op groepsniveau

    Stabiliteit (vaak hoger dan erfelijkheid)

        • Kan ook komen door:
              • Vroege omgevingsinvloeden die beklijven

              • Gen-omgevingsinteracties die zichzelf versterken

              • Zichzelf versterkende patronen

          • Is vaak hoger dan het erfelijkheidspercentage suggereert

        Waarom persoonlijkheidstrekken  dan toch stabiel zijn?

          Hier spelen verschillende mechanismen een rol, laat ik ze een voor een kort toelichten:

          Er is een vroege vorming

              • Persoonlijkheidstrekken vormen zich al vroeg

              • Vroege ervaringen hebben blijvende impact

              • Basis patronen worden vroeg vastgelegd

            Er spelen zelfversterkende mechanismen

                • Mensen zoeken omgevingen die bij hen passen

                • Vergelijkbare situaties leiden tot vergelijkbare reacties

                • Succeservaringen versterken natuurlijke neigingen

              Er spelen omgevingsfactoren zoals de Gen-Omgeving Correlatie

                  • Genetische aanleg beïnvloedt welke omgevingen we opzoeken

                  • Deze omgevingen versterken weer onze aangeboren neigingen

                  • Ontstaan van “stabiele spiralen”

                  • Verschillende reacties op dezelfde omgeving afhankelijk van genetische makeup

                  • Wederzijdse beïnvloeding van aanleg en ervaring

                Laat ik bovenstaande al even verduidelijken met een voorbeeld

                Een extravert kind (genetische aanleg ~40%):

                    • Zoekt actief sociale situaties op

                    • Krijgt positieve reacties op sociaal gedrag

                    • Ontwikkelt meer sociale vaardigheden

                    • Wordt door anderen als sociaal gezien en uitgenodigd

                    • Dit versterkt het extraverte gedrag

                  Het eindresultaat is een zeer stabiele extraverte trek, ook al was de directe genetische bijdrage ‘slechts’ 40%.

                  Let op: er zijn verschillende vormen van Stabiliteit en net als stabiliteit niet gelijk is aan erfelijkheid, is het ook niet gelijk aan onveranderbaar zijn!

                  We onderscheiden dus ook verschillende soorten stabiliteit:

                      1. Rangorde stabiliteit: Je positie ten opzichte van anderen blijft relatief constant

                      1. Gemiddelde niveau stabiliteit: Hoe traits zich ontwikkelen over tijd in de algemene populatie

                      1. Persoonlijke coherentie: Consistente patronen in individueel gedrag, ook al uit dit zich verschillend per situatie

                    Stabiliteit is niet gelijk aan onveranderlijkheid!

                    Zo zien we:

                        • Ontwikkelingsveranderingen en -patronen
                              • De grootste veranderingen zijn tijdens de jongvolwassenheid (20’ers)

                              • Mensen worden doorgaans:
                                    • Emotioneel stabieler (minder neurotisch)

                                    • Meer consciëntieus en verantwoordelijk

                                    • Sociaal vaardiger

                                    • Milder in hun oordelen

                                • Er zijn verschillende ontwikkelingspatronen per trek:
                                      • Sommige eigenschappen pieken en stabiliseren

                                      • Consciëntieusheid blijft vaak toenemen

                                      • Aanpassingsvermogen blijft bestaan

                              • Situationele Fluctuaties Binnen onze basispersoonlijkheid vertonen we ander gedrag naargelang de situatie waarin we ons bevinden. We werken namelijk met “als-dan profielen”:
                                    • Een introverte persoon kan zeer uitgesproken zijn in vertrouwde situaties

                                    • Een gestructureerd persoon kan flexibeler zijn in vrije tijd

                                    • Een gevoelig persoon kan zeer daadkrachtig zijn in crisissituaties

                                • Persoonlijkheid en Leeftijdsinvloed Met de jaren wordt persoonlijkheid stabieler – het “gipsmodel”. Dit betekent:
                                      • Minder drastische veranderingen in latere levensfases

                                      • Meer consistentie in reactiepatronen

                                      • Betere zelfkennis en -regulatie

                                Maar ook hier is nuance belangrijk:

                                    • Zoals eerder benoemd: Verschillende traits hebben verschillende ontwikkelingspatronen, zo blijft consciëntieusheid vaak toenemen

                                    • Sommige eigenschappen pieken rond de leeftijd van 50 jaar en nemen daarna weer af

                                    • Aanpassingsvermogen blijft bestaan

                                   

                                  Conclusie:

                                  • Verandering is mogelijk, maar werkt het best met je natuurlijke neigingen
                                  • Ontwikkeling betekent vaak je eigenschappen beter leren inzetten
                                  • Verschillende situaties vragen verschillende kanten van onszelf
                                  • Zelfkennis helpt bij het vinden van passende omgevingen

                                  We mogen stellen dat persoonlijkheid een fascinerend samenspel is van stabiliteit en ontwikkeling, waarin we trouw kunnen blijven aan onze kern terwijl we groeien en ons aanpassen. Net als een rivier: constant in beweging, maar altijd herkenbaar als zichzelf. De basis ligt vroeg vast, maar binnen die basis is er ruimte voor een leven lang ontwikkeling, aanpassing en verdieping.

                                   

                                  Ingewikkeld verhaal? 

                                  Ik leg het je graag uit in een korte opname met de metafoor van de rivier:

                                  De Bedding (Stabiliteit)

                                  • Vroege vorming van basisbedding (kernpersoonlijkheid)
                                  • Bepaalt hoofdrichting van de stroom
                                  • Wordt dieper en meer gedefinieerd met de tijd

                                  Het Stromende Water (Dynamiek)

                                  • Constant in beweging, maar binnen de bedding
                                  • Past zich aan aan seizoenen en omstandigheden
                                  • Soms wild, soms kalm, maar altijd karakteristiek

                                  De Ontwikkeling (Groei)

                                  • De rivier wordt breder en dieper met de jaren
                                  • Krijgt meer zijtakken (verschillende uitingsvormen)
                                  • Vindt efficiëntere wegen binnen zijn loop
                                  • Blijft in essentie dezelfde rivier, maar rijker en complexer

                                  Zicht op wie jij bent?

                                  Onze careerfulfillers gaan met jou in dialoog over:

                                      • wie jij bent,

                                      • waar je nood aan hebt

                                      • wat je nodig hebt om te floreren

                                      • in welke mate context voor jou belangrijk is

                                      • hoe het komt dat je in de ene situatie A doet en in de andere B, en waarom dat heel normaal is

                                      • welke jouw energiegevers- en nemers zijn

                                      • hoe jij met stress omgaat en welke methodieken jou kunnen helpen

                                      • wat jij al ontwikkeld hebt en wat je nog wil ontwikkelen

                                      • wat bij jou zorgt voor balans

                                      • welke beroepen en functies bij jou passen

                                      • … en nog zoveel meer

                                    Ga voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek

                                    Onze loopbaancoaches werken met loonbaancheques van VDAB. Laat ons weten met welke loopbaancoach jij graag kennis wilt maken: https://fulfil.be/loopbaanbegeleiding/

                                    16 (1)

                                    Coachen met gedragsvoorkeuren

                                    Wat zijn gedragsvoorkeuren en waarom zijn ze belangrijk?

                                    Inleiding

                                    Of je nu een coach, HR-professional, leidinggevende, of gewoon iemand bent die zichzelf beter wil begrijpen, het concept van gedragsvoorkeuren kan je een wereld van inzicht bieden. Gedragsvoorkeuren helpen ons te begrijpen waarom we op een bepaalde manier reageren en handelen in verschillende situaties. Maar wat zijn gedragsvoorkeuren precies, en waarom zijn ze zo belangrijk? In deze blogpost duiken we dieper in dit onderwerp en ontdekken we hoe gedragsvoorkeuren ons leven en werk kunnen verrijken.

                                    Wat zijn gedragsvoorkeuren?

                                    Gedragsvoorkeuren zijn de natuurlijke neigingen en patronen in ons gedrag die voortkomen uit onze persoonlijkheid en aanleg. Ze bepalen hoe we reageren op situaties, hoe we beslissingen nemen, en hoe we interacteren met anderen. Deze voorkeuren zijn geen rigide hokjes, maar eerder flexibele richtlijnen die ons helpen begrijpen wat ons energie geeft en wat ons uitput.

                                    Onze gedragsvoorkeuren worden beïnvloed door verschillende factoren, waaronder onze genetische aanleg, opvoeding, en levenservaringen. Ze kunnen worden gemeten en geanalyseerd met behulp van verschillende methoden, waaronder de Big Five persoonlijkheidsmodel, dat vijf belangrijke dimensies van persoonlijkheid identificeert: openheid, consciëntieusheid, extraversie, vriendelijkheid, en emotionele stabiliteit.

                                    De Vijf Krachtgebieden

                                    Onze gedragsvoorkeuren kunnen worden ingedeeld in vijf krachtgebieden, elk met specifieke gedragingen en eigenschappen:

                                    1. Creatie Kracht (blik): De neiging om nieuwe ideeën te genereren en problemen creatief op te lossen.
                                    2. Prestatie Kracht (focus): De focus op het bereiken van doelen en het tonen van doorzettingsvermogen.
                                    3. Prosociale Kracht (verbinden): De neiging om samen te werken, empathie te tonen en anderen te helpen.
                                    4. Dynamische Kracht (energie): De mate van energie en enthousiasme die iemand in zijn acties brengt.
                                    5. Mentale Kracht (reguleren): Het vermogen om emoties en stress te reguleren en zelfbewust te handelen.

                                    Waarom zijn gedragsvoorkeuren belangrijk?

                                    1. Zelfinzicht en Persoonlijke Ontwikkeling

                                    Het kennen van je gedragsvoorkeuren geeft je waardevol inzicht in je sterke punten en groeigebieden. Dit zelfinzicht is cruciaal voor persoonlijke ontwikkeling, omdat het je helpt te begrijpen wat je motiveert, waar je energie van krijgt, en welke omgevingen het beste bij je passen. Hierdoor kun je beter geïnformeerde keuzes maken die aansluiten bij je natuurlijke aanleg en voorkeuren.

                                    2. Professionele Groei

                                    In een professionele context kunnen gedragsvoorkeuren je helpen om beter te presteren en voldoening te vinden in je werk. Ze kunnen leidinggevenden en HR-professionals helpen om de juiste mensen op de juiste plek te zetten, teams te bouwen die optimaal functioneren, en ontwikkelgerichte gesprekken te voeren die de motivatie en productiviteit van medewerkers verhogen.

                                    3. Verbeterde Relaties

                                    Gedragsvoorkeuren spelen een belangrijke rol in hoe we communiceren en samenwerken met anderen. Door inzicht te krijgen in je eigen voorkeuren en die van anderen, kun je effectiever communiceren, conflicten verminderen en sterkere, meer empathische relaties opbouwen. Dit geldt zowel in persoonlijke als professionele contexten.

                                    4. Energiebeheer en Burn-out Preventie

                                    Door je gedragsvoorkeuren te begrijpen, kun je beter omgaan met je energiebalans. Je leert herkennen welke activiteiten en omgevingen je energie geven en welke je juist uitputten. Dit kan helpen bij het voorkomen van burn-out en het vinden van een gezonde balans tussen werk en privé.

                                    5. Toekomstbepalende Keuzes

                                    Vroeg of laat sta je voor keuzes die je toekomst bepalen, zowel privé als professioneel. Inzicht in je gedragsvoorkeuren maakt het gemakkelijker om duurzame keuzes te maken die echt bij je passen. Je weet beter wat je wilt, waar je voor staat, en wat je nodig hebt om te floreren.

                                    Conclusie

                                    Gedragsvoorkeuren zijn een krachtig instrument voor zelfinzicht, persoonlijke en professionele groei, en het verbeteren van relaties. Ze helpen ons begrijpen wie we zijn en hoe we ons volledige potentieel kunnen bereiken met een vervuld gevoel. Of je nu jezelf beter wilt leren kennen of anderen wilt begeleiden in hun ontwikkeling, het verkennen van gedragsvoorkeuren is een waardevolle stap op weg naar een betekenisvol en energiek leven.

                                    Wil je meer weten over gedragsvoorkeuren en hoe je ze in je dagelijks leven kunt toepassen? Contacteer ons dan voor een loopbaancoaching of een persoonlijke coaching.Wil je zelf je cliënten coachen met deze methodiek, bekijk dan ons trainingsprogramma voor coaches en HR-professionals: Coachen met gedragsvoorkeuren. Ontdek hoe jij en je team kunnen floreren door te leven en werken volgens jullie natuurlijke gedragsvoorkeuren.

                                    Hans getuigt over hoe loopbaancoaching hem hielp

                                    Het voelde alsof ik een masker moest opzetten …

                                    Lees het verhaal van Stijn die loopbaanbegeleiding volgde bij careerfulfiller Katrien Van Genechten.
                                    Katrien haar prachtige praktijk vind je in Tienen (Footprint)!

                                    getuigenis loopbaancoaching

                                    Eerst deed ik wat van mij verwacht werd. 

                                    Mijn carrière is begonnen zoals bij velen direct na de schooltijd. Ik werd door mijn ouders wel gepusht om zo snel mogelijk te gaan werken.
                                    Door de mensen in mijn omgeving (Later de “sociale druk” gaan noemen) werd ervan uitgegaan dat ik de richting van mijn studies zou verder zetten in een job.

                                    Voor deze overgang van school naar werk had ik dus eigenlijk nooit de tijd kunnen nemen,
                                    of gekregen om eens te denken en te ontdekken “wie ben ik”.

                                    Ik heb toen telkens wat tussen jobs gesprongen want het belangrijkste voor mijn omgeving was dat ik niet “werkloos” was. In mijn omgeving lijkt die situatie wel een groot taboe.

                                    Toen nam angst de overhand. 

                                    Na 4 verschillende jobs in 5 jaar gehad te hebben, heb ik eigenlijk een soort angststoornis voor mijn werk ontwikkeld. Alles dat gelinkt was met mijn werk had een negatieve invloed op mij.

                                    De stress begon zondagavond al want maandag begon weer de hele werkweek opnieuw.

                                    Op mijn werk voelde ik mij gedwongen om mijn persoonlijkheid achter een masker te verstoppen om toch in hun verwachte plaatje te passen.  Deze manier van door de dag te gaan was slopend voor mij en mijn mentale gezondheid. Na zoveel tijd wist ik zelf niet meer hoe ik dit masker moest afzetten.

                                    Daarna was het tijd voor de start van een intern proces

                                    Na enkele jaren dit geleidelijk aan te ontwikkelen (zo traag dat het niet op valt) werden de consequenties toch merkbaar. Tot op het punt dat ik maandag ochtend soms niet uit mijn bed geraakte vanwege een paniekaanval. Na nog iets verdergaande symptomen die duidelijk aantoonde dat ik het niet meer zag zitten, heeft mijn omgeving (partner -> ouders -> huisarts) aan de alarmbel getrokken en mij verplicht thuis gezet om hulp te zoeken.

                                    In het begin was dit heel erg zwaar omdat dit “de situatie” was die ik al jaren probeerde te
                                    vermijden. Ik had zo een schuldgevoel omdat ik dacht dat ik niet in deze situatie mocht zitten.

                                    Echter via de goede begeleiding van de psycholoog, heb ik hieraan kunnen werken. Dit was een redelijk traject, dat ging van het herstellen van de schade die de geforceerde jaren hadden aangericht. Dit leidde uiteindelijk tot de zoektocht die ik al zo lang geleden had moeten doen. Ik heb toen onder goede begeleiding van Katrien de ruimte gekregen om te gaan ontdekken wie ik ben, waar ik naartoe wil, wat voor mij belangrijk is in het leven?

                                    Tot ik alleen verder kon, omdat ik wist waarvoor ik wilde kiezen. 

                                    Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat ik een job heb gevonden die bij mij past, in mijn leven past en waar ik mezelf kan zijn.
                                    Een job waar mijn unieke kwaliteiten (die ik vroeger verstopte) een meerwaarde zijn. 

                                    Ondertussen weet ik terug hoe ik mezelf kan zijn, hoe ik in het leven wil staan.
                                    En ook zeer belangrijk, in het begin van de werkweek ben ik gemotiveerd en heb ik er zin in.

                                    Een job bepaalt niet mijn hele leven maar via deze weg heeft het een gepaste plaats in mijn leven gevonden.

                                    Ik ben echt heel tevreden van het traject dat ik tijdens de loopbaanbegeleiding heb afgelegd.
                                    En ik raad het zeker aan voor mensen die met dezelfde of gelijkaardige gevoelens zitten.
                                    In het leven staat gelukkig zijn tenslotte op #1.

                                    neuroceptie op de werkvloer

                                    Waarom kunstjes op de werkvloer niet werken.

                                    Stap voor stap hebben wij het boekje gevolgd, al onze managers volgden een opleiding. We laten ons nu zien op de werkvloer, we geven inspraak, we brengen duidelijkheid, we leerden over verbindende communicatie, we vieren de successen van onze medewerkers, we organiseren ontbijtsessies met directie, we doen aan ontwikkelgesprekken, en toch … de personeelsontevredenheid is bijna niet gedaald en de uitval blijft stijgen! Wat kunnen wij nu nog meer doen?

                                    Ik voelde werkelijk medeleven voor deze manager. Ze werkte keihard, deed er alles aan om de organisatie in goede banen te leiden en leek mij een prima intentie te hebben.

                                    Toen ik doorvroeg, werd duidelijk dat ze echt wel alles deden volgens het boekje. Letterlijk, ze gebruikten de acht stappen die Dr. John Kotter beschrijft in zijn boek ‘The leading change’ en ze maakten consequent gebruik van verschillende lean-technieken die hielpen om het management dichter bij de medewerker te brengen. Deze modellen zijn goed, even goed als elk ander model, dus waarom in Gods naam leek het niet te lukken?

                                    In de verschillende rollen die ik doorheen de jaren hebt uitgeoefend:

                                    • als medewerker die deel uitmaakte van de zoveelste reorganisatie, besparing, cultuurverandering,
                                    • als leidinggevende die enerzijds de verandering moest ondergaan, maar ze tegelijkertijd ook moest verdedigen,
                                    • als loopbaanexpert in gesprekken met medewerkers, leidinggevenden en werkgevers

                                    komt telkens hetzelfde aspect naar boven :

                                    “De aangeleerde kunstjes worden niet gesmaakt en hebben zelfs een averechts effect.”

                                    Toen ik dat aan de manager vertelde keek ze me niet begrijpend aan. Waar had ik het eigenlijk over? Het lag gevoelig bleek al snel want het aanleren van de kunstjes had veel geld gekost. Heel veel geld! Dus waar ik het over??

                                    Wel ik heb het over subtiele gebeurtenissen met een grote impact.
                                    Op het eerste gezicht zijn het kleine feitjes – vaak, heel vaak, té kleine feitjes om ze zelfs maar au sérieux te nemen. Toch zijn ze groots.
                                    Ze werken namelijk als een hefboom:

                                    • Ik heb het over the true believe in the cause.
                                    • De kracht van rolmodellen.
                                    • De noodzaak van oprechtheid en authenticiteit.
                                    • En de nog grotere subtiele kracht van neuroceptie, die in een momentopname alle inspanningen teniet kan doen.

                                    De kunstjes worden niet geloofwaardig opgevoerd.

                                    Ik laat je graag kennis maken met het begrip ‘Neuroceptie’ dat voor het eerst geïntroduceerd werd door Prof. Dr. Stephen Porges, neurowetenschapper en toonaangevend wereldexpert in de relatie tussen het autonome zenuwstelsel en sociaal gedrag. Voor mij was deze wetenschappelijke invalshoek een absolute eyeopener. Het verklaarde ineens waarom wij ‘mens’ specifieke noden hebben om in een werkcontext te kunnen excelleren met een vervuld gevoel, zoals je kan lezen in mijn boek ‘Get A Grip’.

                                    Porges legt met de polyvagaaltheorie de evolutionaire ontwikkeling uit van het zenuwstelsel. Je zenuwstelsel is er in de eerste plaats op gericht om je te laten overleven, en bijgevolg uiterst gevoelig voor veiligheid. Om die veiligheid goed te kunnen inschatten, gebeurde er volgens Porges evolutionair iets belangrijks met een specifieke tak van de nervus vagus. De nervus vagus is een van de grootste zenuwtakken in je lichaam. Toen ze tot ontwikkeling kwam, raakte ze verbonden met een aantal hersenzenuwen en met de spieren van het aangezicht. Zo ontstond er een directe verbinding tussen longen, hart, hersenen, gezicht en gehoor. Deze ontwikkeling stelt ons in staat om onbewust aan de hand van gezichtsuitdrukkingen van de ander af te lezen of het voldoende veilig voor ons is om sociaal engagement aan te gaan. Ook geluid is daarbij erg belangrijk. Stemintonaties worden zorgvuldig gelezen om er zeker van te zijn dat er voldoende echtheid (en dus veiligheid) is voor we sociaal connecteren. We zetten ons zenuwstelsel in om zo, op een onbewust niveau, authenticiteit (of het gebrek eraan) in sociale relaties in te schatten. Het proces van scannen op die signalen van veiligheid gebeurt volledig automatisch, onbewust, zonder dat we erbij nadenken. Buiten onze wil om en supersnel.

                                    In een veilige omgeving nodigt neuroceptie uit tot sociale betrokkenheid, engagement en proactief gedrag. In een onveilige omgeving doet het dat niet. Waarom zouden we meegaan in een verhaal waarvan we subtiel opmerken dat het niet ‘as such’ wordt uitgedragen. We ‘voelen’ het niet. Het ontbreekt aan echtheid.

                                    Weet je wat ik bedoel? Je hebt het echt wel eens zelf meegemaakt. Ik geef je graag enkele voorbeelden, rechtstreeks uit de praktijk, die medewerkers mij vertelden over aangeleerde kunstjes die op een niet erg geloofwaardige manier in de praktijk gebracht werden.

                                    Het ontbreekt aan geloofwaardigheid zegt Els: Ik begrijp het hoor, zegt Els: het managementteam wil graag meer betrokkenheid tonen om zo het engagement van haar personeel te verhogen. Ze nemen verschillende acties daarvoor. Ik moet het hen nageven: ze doen echt wel hun best. Maar het is net niet goed genoeg. Het ontbreekt aan geloofwaardigheid. Het lijkt alsof ze kunstjes hebben aangeleerd en wij het toneel zijn waar ze die komen opvoeren.

                                    De wekelijkse meeting aan het whiteboard was niet wat ik ervan verwacht had, zegt Johan: Elke week is er nu op maandag een korte meeting waarbij ons team op het vooraf ingevulde whiteboard de operationele stand van zaken aanduidt en toelichting geeft bij de pijnpunten. Waar ik gehoopt had op het kunnen delen van die pijnpunten en op begrip en interesse in onze dagelijkse besognes of op concrete hulp waar we die nodig hadden, focust de leidinggevende enkel op de voortgang, reageert hij vooral geïrriteerd bij het aangeven van de pijnpunten en neemt die een houding aan die aangeeft dat het overleg niet snel genoeg voorbij kan zijn. Hij zegt dat niet, maar zijn lichaamstaal spreekt boekdelen.

                                    De directie werkt nu een dag per week op onze werkvloer om de afstand te verkleinen en meer betrokkenheid te creëren. Ze zitten dus effectief samen met ons op de werkvloer, tussen ons in. Althans dat is de bedoeling. In werkelijkheid gaan ze in het verst mogelijk hoekje zitten, zo ver mogelijk bij ons vandaan. Ze kijken met moeite op, en vermijden zoveel mogelijk oogcontact. Ze laten duidelijk merken dat ze liever niet gestoord willen worden. Waarom zitten ze daar eigenlijk? Niemand voelt zich nu nog op zijn gemak, te beginnen met de directie zelf. Wedden dat het geen lang leven beschoren is? Dit vertelt Kris.

                                    Elementaire beleefdheid, misschien moeten we eens opperen om daar een opleiding over te geven zegt Ilias: Als onze regiomanager eens per keer maand een bezoek brengt aan onze kantoormanager om de cijfers te bespreken, dan stormt die binnen, rechtstreeks naar het bureau van de manager, zonder ons, het personeel dat toch ook wel belangrijk doet mag ik hopen, een blik waardig te gunnen, laat staan een praatje te maken. Als de regiomanager weg is, dan komt onze kantoormanager aandraven met allerlei nieuwe ideeën, meer werk en een andere aanpak, want de cijfers moeten omhoog! Je denkt nu toch echt niet dat ik nog harder ga werken voor iemand die me nog eens geen blik waardig gunt? Ik weet dat onze rechtstreekse chef het goed met ons voorheeft. Hij heeft het dan ook aangekaart bij zijn regiomanager. Ik apprecieer dat. Dat kost moed. Sinds dat gesprek heeft plaatsgehad komt de regiomanager bij zijn recente bezoekjes overdreven vriendelijk binnen, vraagt aan iedereen hoe het gaat en overlaadt hij ons met complimentjes. Terwijl hij dat doet, zie je zijn geforceerde glimlach of loert hij voorzichtig naar de klok. Tja, dat is niet wat we eigenlijk wilden bereiken. Als we dit zeggen tegen onze leidinggevende, dan repliceert die: het is ook niet vlug goed voor jullie. Tja, is dat omgekeerd dan wel als het over de cijfers gaat?

                                    O, nu hebben ze een geweldig initiatief genomen zegt Frederik: je kan een ontbijt met de top winnen! Een hele eer als jouw naam valt en je uitverkoren bent. Toch blijkt al snel dit initiatief geen lang leven beschoren zegt Frederik. Nochtans, aanvankelijk was iedereen erg positief, tot bleek dat er tijdens de gesprekken vooral ruimte was om de pieren uit onze neus te halen. En als we iets aankaartte wat minder goed liep, dan kwam dat als een boemerang in ons gezicht. Tja, ik voelde me niet meer geneigd om nog op audiëntie te gaan. Ook mijn collega is een keertje geweest. Ze kwam gedesillusioneerd terug: ze praten enkel over zichzelf, zei ze, ze tonen totaal geen interesse in ons als persoon.

                                    Samen vieren en plezieren, klinkt mooi, als het oprecht kan A.U.B., hekelt Pascal: Toen Ria op pensioen ging organiseerden we een afscheid voor haar op het werk. Er waren ook verschillende directieleden aanwezig. Top dat ze dat met Ria wilden delen. Tot het ons erg duidelijk werd dat dit moment gebruikt werd als netwerkmoment. Op zich helemaal nog niet zo erg, maar de manier waarop was ook echt alsof het op een netwerkevent plaatsvond. Terwijl de manager vroeg hoe het ging, was haar blik al aan het turen naar de volgende op zoek naar iemand die ze zeker niet wou missen. Toen ik dat opmerkte stopte ik gewoon midden in mijn zin.
                                    De manager zei: O fijn om te horen! Nu moet ik even naar het volgende tafeltje.

                                    Voor de ene smetvrees en voor de andere niet? Onze directeur beweert dat die smetvrees heeft, zegt Ines. Hij liet me een keer met uitgestoken hand gewoon voor hem staan, zonder uitleg. Ik voelde me werkelijk door de grond zakken. Op een vergadering achteraf, waar ook zijn meerderen aanwezig waren, zag ik hem wel handjes schudden. Ik wist niet dat smetvrees een hiërarchie kent, lacht ze een beetje cynisch.

                                     ‘Psychologische echtheid zit in subtiele signalen waarbij het non-verbale prijsgeeft wat je verbaal wilt verhullen.’

                                    De impact van neuroceptie wordt vaak onderschat in bedrijven. Er worden dure consultants betaald om een motiverende bedrijfscultuur te installeren. Maar het zijn veiligheid en vertrouwen die cruciaal zijn om die cultuur te laden landen. Niet in woorden, wel in daden. Walk the talk. Als de rolmodellen de cultuur niet in- en uitademen, dan zullen werknemers – hoe groot de investeringen ook zijn – niet meegaan in het verhaal. Dat is de kracht van neuroceptie. De werknemers geloven, bewust of onbewust, niet wat er verteld wordt, maar wel wat ze voelen. En ze voelen het als er iets niet klopt.

                                    De nieuwe cultuur geldt enkel top down

                                    Een andere opmerking die ik van werknemers hoor over het niet landen van een cultuur, is dat ze zelf het gewenste voorbeeld niet te zien krijgen. Je kunt het vergelijken met opvoeden. Als je wilt dat je kind ander gedrag laat zien, dan helpt het niet om de instructies voor dat gedrag van de daken te schreeuwen. Het enige dat helpt is dat jij als ouder zelf het juiste gedrag toont. En dat je daarna toelaat dat je kind dit gedrag ook aan jou laat zien. Als je kind bijvoorbeeld assertiever moet worden en jij durft zelf niet op je strepen te staan, dan is dat het gedrag dat je kind ziet en – al dan niet bewust – imiteert. En als jij vervolgens als ouder dan ook nog eens negatief reageert als je kind grenzen stelt tegenover jou, dan zal dat voor je kind extra verwarrend zijn. Dat is wat er vaak ook gebeurt in organisaties …

                                    Laten we luisteren naar Melissa over de open feedback cultuur in haar organisatie: onze organisatie heeft echt veel moeite gedaan om open feedback te stimuleren. We hebben allemaal een opleiding gekregen over het geven en ontvangen van feedback, over verbindende communicatie, we hebben zelfs een softwaresysteem waarin we onze feedback kunnen geven aan onze collega’s. Niet dat ik daar zo voorstander van ben, want geschreven feedback blijf ik een dubbele vinden. Daarom hebben wij binnen het team afgesproken dat we het systeem wel gebruiken om feedback aan te kondigen, maar dat we de feedback nog steeds in een gesprek willen geven en ontvangen. Maar waar ik nu toch niet goed van was, was het voorval tijdens een teamvergadering. Er werd een nieuw product gelanceerd dat we binnenkort gaan verkopen. Er werd ons feedback gevraagd. Maar toen een collega van mij daadwerkelijk haar feedback gaf, draaide onze leidinggevende zich giftig om en kreeg ze een heuse bolwassing: of het nu echt, alweer, nodig was om zo kritisch te zijn. We waren allemaal aangedaan. Ik denk wij zelfs meer dan zij zelf. Managers onderschatten de effecten van het observeren denk ik vaak. Wat mijn collega’s overkomt en hoe ze behandeld worden maakt mij onzeker. Mij zal je dus geen feedback horen geven in de toekomst. Tot daar de open feedback cultuur. Die geldt blijkbaar enkel peer-to-peer en top-down. 

                                    Een cultuur of een klimaat verander je van binnenuit. Door te doen en vooral door voor te doen. Mensen leren door te imiteren. Dat vraagt om rolmodellen die zelf de nieuwe cultuur in- en uitademen. Neuroceptie laat zich niet leiden door de aangeleerde kunstjes. Het laat zich leiden door de oprechtheid waarmee een leider de cultuur en het klimaat vormgeeft. Neuroceptie draait om subtiliteit. En dat maakt het zo verdomd moeilijk. Niet voor niets is psychologische veiligheid een van mijn stokpaardjes geworden als coach en trainer. Ik vind het zo ontzettend belangrijk en zie het zo vaak fout lopen, dat het een van de weinige zaken is geworden die me – ondanks mijn zeer goede stressregulatietechnieken – nog echt kunnen irriteren.

                                    “Kunstjes die worden aangeleerd en uitgevoerd, waarbij de oprechte intenties ontbreken doen meer kwaad dan goed.”

                                    Psychologische veiligheid is een fragiel beestje. Een kleine misser, een niet-congruente boodschap kan een grote impact hebben op het gevoel van veiligheid. Er hoort overeenstemming te zijn tussen wat je denkt, voelt en zegt of doet. Het verbale en non-verbale horen samen te vallen. Dan pas voelen de mensen rondom je dat alles klopt.

                                    Neuroceptie maakt deel uit van onze evolutionaire ontwikkeling. Wil je meer weten over hoe onze evolutionaire ontwikkeling een impact heeft op de werkcontext en hoe je daar rekening mee kan houden? Ik vertel erover in mijn boek Get A Grip, waar ik de baanbrekende polyvagaaltheorie van Stephen Porges vertaal naar de werkcontext.

                                    Wat doen we bij FulFil?

                                    Bij FulFil begeleiden we werknemers, leidinggevenden en teams om te excelleren met een vervuld gevoel, nu en in de toekomst, en dit zowel in je privé- als in je professioneel leven.

                                    Drijvende krachten achter FulFil zijn Mira Huypens en Rudi Thoelen.

                                    Mira specialiseerde zich als economist/gezinswetenschapper/psychotherapeut zowel in de noden van de werkgever, als in de behoeftes van de werknemer. Zij is loopbaanexperte en specialiseerde zich in motiverend leiderschap en lerende organisaties.

                                    Rudi specialiseerde zich na zijn carrière als F-16 piloot in het ondersteunen van ondernemers en teams die presteren in een high performance cultuur. Hij maakt gebruik van wetenschappelijk onderbouwde technieken om de stress die daarbij komt kijken het hoofd te bieden en de uitdagingen aan te gaan vanuit een totaalbenadering waarbij positieve mindset, slaap- en aandachtshygiëne, beweging, voeding en natuur sleutelelementen zijn.

                                    Wij werken met een team van FulFillers, dit zijn oplossings- en progressiegerichte coaches en trainers die allen werken vanuit een daadkrachtige empathie en een talentversterkende aanpak.

                                    Wil je als werkgever of leidinggevende aan de slag om je medewerkers te versterken zodat ze kunnen excelleren met een vervuld gevoel? Wil je ook al nadenken hoe dit toekomstgericht kan?
                                    Dan kan je op ons rekenen voor:
                                    – Opleidingen voor werknemers en leidinggevenden in open aanbod of in jouw organisatie
                                    – Interne (loopbaan)coaching, aanwerving & outplacement
                                    – Coaching van leidinggevenden

                                    Wil je als werknemer hulp bij het aangaan of overwinnen van uitdagingen in je werk of in je privé of in de wisselwerking tussen beiden, dan kan je bij ons terecht in ons:
                                    – Loopbaancentrum: individuele loopbaancoaching
                                    – Groepspraktijk te Zoutleeuw voor individuele coaching, psychotherapie en psychologische begeleiding
                                    – Studio te Zoutleeuw: Personal Training en Yoga

                                    Contacteer ons, wij verwelkomen je graag: mira@fulfil.be

                                    Neem een kijkje op onze website: www.fulfil.be
                                    Neem een kijkje op de website van het boek Get A Grip: www.howtogetagrip.be

                                    mira

                                    PXL-docente Mira Huypens schrijft boek over veerkracht

                                    Zoutleeuw – Docente aan de Hogeschool PXL Mira Huypens (49) ontmoet nog elke dag mensen die vastzitten in hun job of zich zorgen maken over hun toekomst. Daarom schreef de Nieuwerkerkse een boek ‘Get a grip’ waar ze inzichten en concrete tips geeft om grip te krijgen op je veerkracht, je leven, je werk en je toekomst.

                                    Gerrit Schuermans

                                    Verschenen in Het belang van Limburg 

                                    Voka-KvK Limburg berekende onlangs nog dat meer dan 450.000 mensen in België langdurig ziek zijn. In Limburg zijn er dat meer dan 35.600, goed voor bijna 11 procent van alle zieken in België en hiermee de Vlaamse provincie met de meeste langdurig zieken. Docente aan de Hogeschool PXL Mira Huypens (49) ontmoet nog elke dag mensen die vastzitten in hun job of zich zorgen maken over hun toekomst. “Ze kunnen de werkdruk niet meer aan, het water staat hen aan de lippen. Ze maken zich zorgen over de toekomst, want ze beseffen dat de uitdagingen alleen maar zullen toenemen door de technologische evolutie. Ze moeten nog 20, 30 jaar blijven werken en ze hebben het gevoel dat ze nu al niet meer kunnen.” Daarom schreef de Nieuwerkerkse een boek ‘Get a grip’ waar ze inzichten en concrete tips geeft om grip te krijgen op je veerkracht, je leven, je werk en je toekomst.

                                     

                                    Kinderdroom

                                    Mira groeide op in Nieuwerkerken en woont vandaag in Zoutleeuw. Na haar masterstudies startte ze haar loopbaan bij KBC, eerst als kantoordirecteur, later in verschillende leidinggevende functies binnen Human Resources. “Tot ik, vijftien jaar later, in het ziekenhuis belandde met een longembolie”, vertelt Mira. “Het was een periode van veel stress op het werk. Of dat aan de longembolie gekoppeld kan worden, daar zijn de doktersmeningen sterk over verdeeld, maar het was wel het moment waarop ik zelf mijn loopbaan radicaal omgooide.”

                                    “‘U gaat er nogal lichtjes over mevrouw’, zei de specialist in het ziekenhuis. ‘Het had evengoed gedaan kunnen zijn.’ Dat zinnetje bleef hangen: wou ik nog blijven werken op de manier zoals ik het nu deed? Het antwoord was resoluut neen. Ik nam ontslag en bracht mijn kinderdroom in vervulling: ik werd zelfstandige. Ik ging ook opnieuw studeren. Ik wou meer inzicht krijgen in de relatie tussen werk, privé en mentaal welzijn. Ik behaalde een bachelor menswetenschappen en een postgraduaat psychotherapie, specialiseerde mij in talentversterkend werken, hoogsensitiviteit en perfectionisme. Ik wou mensen helpen om grip te krijgen op hun zelfvertrouwen, werk- en leefgeluk. Ik richtte FulFil op.”

                                    Grote vraag

                                    “De missie van FulFil is mensen futurefit te laten excelleren in hun leven en hun job met een vervuld gevoel”, gaat Huypens verder. “De vraag is groot. Ik richtte vijf jaar geleden een eenmanspraktijk op, vandaag bestaat FulFil uit een groepspraktijk, een loopbaancenter en een opleidingsbureau. We werken intussen met vijf mensen in de groepspraktijk en een 20-tal loopbaancoaches en freelancers verspreid over heel Vlaanderen. In organisaties ondersteunen we leidinggevenden en teams in hun ontwikkeling en het stimuleren van een lerend klimaat waarin mensen kunnen groeien. Op vrijdagen vind je mij op PXL, waar ik tweede- en derdejaars, die het traject HR volgen, meeneem in vakken als mens in de organisatie, talentversterkend competentiemanagement en kwaliteitsmanagement. Daarnaast geef ik ook les in het gloednieuwe Postgraduaat Digital Learning Architect waar ik laat zien wat een ‘Lerende Organisatie’ is en ‘Hoe volwassenen neurologisch leren’.”

                                    Hoop brengen

                                    Waarom dit boek? “Tijdens mijn laatste jaren bij KBC was ik diensthoofd van het jobcenter, een dienst waar medewerkers terechtkomen als ze intern hun job verliezen”, vertelt Mira. “Ik heb daar mensen ontmoet die fysiek ziek werden van de zware mentale druk. Hun zelfbeeld was beneden alle peil, ze voelden zich waardeloos en ze waren de wanhoop nabij. Dat greep mij erg aan. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik zag hoe zwaar de impact op iemands mentale én fysieke toestand kan zijn als je het gevoel hebt geen plek meer te hebben in een bedrijf.”

                                    “Ook in mijn huidige job ontmoet ik nog elke dag mensen die vastzitten in hun job of zich zorgen maken over hun toekomst”, gaat Mira verder. “Ze kunnen de werkdruk niet meer aan, het water staat hen aan de lippen. Ze maken zich zorgen over de toekomst, want ze beseffen dat de uitdagingen alleen maar zullen toenemen door de technologische evolutie. Ze moeten nog twintig tot dertig jaar blijven werken en ze hebben het gevoel dat ze nu al niet meer mee kunnen. Met het boek wil ik mensen inspireren om zelf tot actie over te gaan. Ik reik concrete tools en oefeningen aan. Ik wil hoop brengen, want je hebt veel meer in de hand dan je zou denken. Bovendien schafte VDAB een tweetal jaar geleden het gebruik van loopbaancheques af voor mensen die nog geen zeven jaar aan het werk zijn. Nochtans hebben ook jonge mensen nood aan een werkplek die bij hen past. Zij kunnen nu alvast aan de slag met de zeer praktische werkdocumenten die ik aanreik in het boek.”

                                    Gouden kooi

                                    “In het boek Get A Gri’ geef ik inzichten, concrete tips en zet ik aan tot actie om grip te krijgen op je veerkracht, je leven, je werk en je toekomst, aldus Mira. “Vandaag ontmoet ik veel mensen die te lang in hun gouden kooi blijven vastzitten omdat ze niet durven te bewegen. Ik reik oefeningen aan om te ontdekken wat jouw Circle of Fulfilment is om grip op je leven te krijgen. Aan de hand van onder meer 39 gedragsvoorkeuren ontdek je wie jij bent en waar je voor staat. Zo laat ik zien dat zowel de werknemer als de werkgever gedeelde verantwoordelijkheid hebben om grip op werk te krijgen.”

                                    “De werknemer mag best wat meer streven naar wat ik noem de vijf bouwstenen van jobfulfilment en de werkgever kan werkelijk nog wat meer zijn best doen om die bouwstenen te integreren in de werkomgeving. Het gaat dan over het stimuleren van meesterschap, sociale betrokkenheid, psychologische vrijheid en veiligheid vanuit een zinvolle en persoonlijke benadering. Wie relevant wil blijven in de toekomst, moet het onder ogen zien: je zult op technologisch en digitaal vlak moeten bijbenen. In de laatste stap, grip op je toekomst, ga ik dieper in op 15 futureskills die iedereen zou moeten ontwikkelen om te kunnen meedraaien in de jobs van de toekomst.”

                                    Neurologische wetenschap

                                    Zijn er al niet te veel van dit soort boeken? “Goh, ik denk eerder dat er te weinig boeken zijn, aangezien onze praktijk op korte termijn zo uitbreidt en de ziektecijfers nog steeds blijven stijgen”, zegt Mira. “Mijn boek is ook het enige boek dat de vertaalslag maakt vanuit de neurologische wetenschap naar de werkvloer. Bovendien biedt het een totaalplaatje. Als je het hebt over relevant en actief blijven op de arbeidsmarkt, nu en in de toekomst, dan moet je het niet alleen over veerkracht hebben of over werkcontext of futureskills. Het is een ‘en-verhaal’. Ik breng dat mooi samen zodat duidelijk wordt waarom werkgeluk een gedeelde opdracht is tussen werknemer en werkgever, werk en privé niet meer te scheiden te zijn, lichaam en geest een geheel vormen. Het boek zet je werkelijk in actie. Via QR-codes krijg je toegang tot filmpjes die beroeren, luisteroefeningen die rust brengen, een webinar over de toekomst en werkdocumenten waar je praktisch mee aan de slag kan.”

                                    blog Waarom minder werken niet tot meer werkgeluk leidt.

                                    Meer werkgeluk door minder te werken?

                                    Is minder uren werken per week dé oplossing tot meer balans en vervulling in je leven?

                                    We geloven het graag: minder werken zorgt voor meer werkgeluk! Ik lees de stelling alvast in heel wat artikels de laatste tijd. Er wordt me dan verteld dat 20 of 30 uur werken per week dé oplossing is om je beter te voelen in je job.

                                    Hoe denk jij daarover?

                                    Ik?

                                    Ik twijfel. En ik vertel je waarom.

                                    Als het scheef zit op je werk, dan zal minder werken niet zondermeer dé oplossing zijn.

                                    Als loopbaanexpert ontmoet ik werknemers die zeer ongelukkig zijn in hun job.
                                    Soms kiezen ze er dan voor om halftijds te gaan werken. Zoals Evelien die werkt bij een financiële instelling, of Heidi, die leerkracht is en hoopt om het op deze manier vol te houden. Maar ook Thijs en Tine, een verpleger en een begeleiderster van een leefgroep hopen op deze manier dat het water niet meer tot aan hun lippen zal komen te staan.

                                    De hoop vervliegt al vlug: het water blijkt niet te zakken.

                                    De reden?

                                    Zowel Evelien, Heidi, Thijs en Ine tonen van nature arbeidszin, ze hebben een hoog werkethos én ze zijn erg sociaal betrokken.  Ook al zijn ze thuis, het werk en de collega’s blijven door hun hoofd spoken:

                                    • Tine vraagt zich af of haar collega’s nu niet de dupe zijn van haar keuze.
                                      Ze voelt zich schuldig als ze niet op het werk is.
                                    • Thijs vraagt zich af of zijn patiënten niet lijden onder zijn beslissing om minder te gaan werken. Als hij op het werk komt, merkt hij dat de informatie-uitwisseling met de collega’s over de patiënten niet vlot verloopt, soms met grove fouten als gevolg.
                                      Wat hem tonnen energie kostte en de aanleiding was om minder te gaan werken, lijkt door zijn afwezigheid nog te verergeren. Moet hij zich dan persoonlijk schuldig voelen? Zo voelt het voor hem wel aan.
                                    • Ook Evelien en Heidi ervaren dat ze tijdens de uren die ze niet op het werk doorbrengen, het werk toch niet kunnen loslaten. Het maalt door hun hoofd.
                                      Allebei zeggen ze zelfs meer stress te ervaren op de momenten dat ze niet fysiek op de werkplek zijn, dan wanneer ze er uiteindelijk wel zijn. Thuis voelen ze een constante innerlijke onrust: de werkperikelen blijven mentaal aanwezig. Hun lichaam is i continue staat van paraatheid: wat zal er weer mislopen eens ze op de werkvloer zijn? Ze ontwikkelen angst voor wat er mogelijk gaat komen … welk brandje zullen ze weer moeten blussen, welke taken zijn er blijven liggen, hoeveel mails zijn er extra binnengekomen die ze moeten doorworstelen, in welke mate is de werkdruk nog gestegen, waarom heeft de leidinggevende die knoop nu nog niet doorgehakt ….

                                     

                                     

                                    Is minder werken dan nooit een goed idee?

                                    Natuurlijk kan minder werken een goed idee zijn als dat een bewuste keuze is. In mijn ogen is het alleen niet dé oplossing als het scheef zit op je werk. Als het scheef zit op je werk dan zijn er vaak ook structurele aanpassingen nodig.

                                    Meer werkgeluk zit ook in structurele aanpassingen:

                                    • Structurele aanpassingen bij jezelf

                                    Het is niet makkelijk en het lukt vaak niet alleen, maar je kan echt wel leren om je werk los te laten als je er niet bent. In mijn boek Get A Grip, leg ik uit hoe je meer wendbaarheid en veerkracht kan opbouwen en hoe je zelf invloed hebt op de werking van je zenuwstelsel bij stress. Ook hulp zoeken bij een professional is een goede zaak. Blijf er niet mee zitten. Hoe vlugger je aan de slag gaat met deze technieken om je interne stemmetjes in te tomen, hoe beter.

                                    Een gesprek voeren met de verantwoordelijke op je werk kan ook voor een doorbraak zorgen. Niet altijd, dat heb je gelijk in. Maar soms zeggen we al voorhand: ‘pfff, dat heeft geen zin.’ Of: ‘Ik kan dat niet.’ Of: ‘Mijn manager weet wat er moet er gebeuren, hij doet het alleen niet.’ In mijn vorige blog liet ik je zien dat het laatste niet altijd waar is. En uit de praktijk kan ik je vertellen dat cliënten die het gesprek toch aangaan vaak beterschap ervaren. Het is wel belangrijk dat je dat gesprek zeer goed voorbereid. Ook daar kan je je mee laten helpen. Wist je dat je om de zes jaar recht hebt op loopbaanbegeleiding? Dat het al kan vanaf 40 euro? VDAB subsidieert namelijk begeleiding door professionele loopbaancoaches. Als je meer info daarover wilt, geef ons dan een seintje: welkom@fulfil.be

                                    Merk je bij jezelf dat je almaar vaker twijfelt of deze werkplek nog wel bij je past? Dan is het tijd om op zoek te gaan naar jouw circle of fulfilment. In de tweede stap van Get A Grip, hoe je je toekomstige loopbaan zelf in handen neemt, geef ik je concrete oefeningen om dat helemaal helder te krijgen. Ook tijdens een loopbaanbegeleiding nemen we daar uitgebreid de tijd voor.

                                    • Structurele aanpassingen in je werkomgeving

                                    Werkvervulling is een gedeelde verantwoordelijkheid. Als er structureel iets fout zit in de organisatie en niets veranderd, dan heeft minder gaan werken niet altijd het gewenste effect voor jouw welzijn. Ook als je met jezelf aan de slag bent gegaan, en structurele aanpassingen bij jezelf hebt verwezenlijkt, kan het zijn dat het nog steeds niet voldoende blijkt. Dan is er een structurele aanpassing nodig in jouw werkomgeving. Dat kan door van werkomgeving te veranderen, dat kan ook doordat de werkomgeving zelf structureel verandert.

                                    Gelukkig mogen we in almaar meer organisaties leidinggevenden ondersteunen om actief aan de slag te gaan met de vijf bouwstenen van jobfulfilment. Zo kunnen we mee bijdragen aan een klimaat waar meesterschap gestimuleerd worden, waar psychologische vrijheid en veiligheid meer wordt dan een lege uitdrukking, waar sociale betrokkenheid hoog in het vaandel staat en waar jij het gevoel hebt dat wat je doet zinvol is en betekenis heeft. Mijn boek Get A Grip is er ook voor de leidinggevende. Als leidinggevende krijg je zicht op wat de werknemer zelf kan doen om relevant te blijven in de job, én hoe jij dat kan faciliteren. Ook in een omgeving die continu verandert.

                                     

                                    Wil jij aan de slag met jouw werkgeluk of met dat van je werknemer?

                                    In mijn boek Get A Grip laat ik de verschillende stappen zien die leiden naar een betekenisvol leven en werk. Wil jij graag de hulp van een coach tijdens die ontdekkingstocht? Neem dan een kijkje op onze website, onze FulFillers helpen je graag: https://fulfil.be/ons-team/

                                    Wil jij graag een lezing of een workshop organiseren in jouw organisatie over hoe meer grip te krijgen: https://howtogetagrip.be/opleidingen/

                                    Contacteer ons: welkom@fulfil.be

                                     

                                    Wie is Mira?

                                    In mijn job als coach, loopbaanbegeleider en trainer word ik dagelijks geconfronteerd met mensen die vastlopen in hun professionele situatie. Ze kunnen de werkdruk niet meer aan, voelen zich onbegrepen en twijfelen aan het nut van wat ze doen. Ze zijn uitgeput na de zoveelste herstructurering en raken gedemotiveerd. En alsof dat nog niet genoeg is, maken ze zich zorgen over hun toekomst. Want een ding staat vast: ze zullen langer moeten werken in een werkomgeving die almaar meer gedigitaliseerd is, terwijl het water hen nu al aan de lippen staat. Ik bied graag een positieve kijk. Want je kunt zelf echt wel mee vormgeven aan een toekomst waarin je van betekenis bent, waarin je graag vertoeft en waarin je kunt floreren.

                                    Zelf maakte ik mij enkele jaren geleden ook zorgen over mijn toekomst. Ook ik had het gevoel dat ik mijn plekje kwijt was. Als master in de toegepaste economie was ik in de financiële wereld gerold. Ik had daar graag gewerkt, ontzettend veel geleerd en vrienden voor het leven gemaakt. Maar op een bepaald moment was het op. Ik kwam in het ziekenhuis terecht met een longembolie en toen pas besefte ik dat ik niet meer terug kon. Ik wilde zelfstandige worden, dat wilde ik al lang. En het was nu of nooit.

                                    Ik was op dat moment verantwoordelijk voor de interne mobiliteitsafdeling van een grote bank. Alle werknemers die niet meer meekonden met de snelheid van het bedrijf of van wie de job wegviel zonder onmiddellijk een nieuwe job te vinden, passeerden via onze dienst. Ik was er elke dag getuige van wat het met een mens doet als hij het gevoel heeft dat hij niet meer mee kan, geen kans meer krijgt of geen plek meer vindt binnen een bedrijf.

                                    Ontdekken wat mensen precies drijft in hun keuzes, hun gedrag en hun leven, triggerde me. Ik wilde er meer over weten. Ik besliste om opnieuw te gaan studeren en meer inzichten te verwerven in de menselijke psyche, sociale (werk)relaties, motivatie en de link tussen werk en privé. Tijdens die studies bouwde ik mijn eigen zaak FulFil uit, waarmee ik nu medewerkers en organisaties help bij leiderschapsontwikkeling, loopbaanvragen en toekomstige HR-uitdagingen. We zijn nu heel wat jaren verder en ik ben twee diploma’s, een tiental accreditaties en veel praktijkervaringen rijker. Met plezier deel ik mijn verhaal en mijn kennis. Aan de hogeschool PXL in Hasselt doe ik dat als lector human resources en als docent in het postgraduaat (digital) learning architect. Als trainer-coach help ik mijn cliënten. Als spreker wil ik vooral inspireren. En met mijn boek wil ik nu ook aan jou tonen dat de toekomst een plek kan bieden aan iedereen en dat je die plek grotendeels zelf bepaalt.